Problemen met impulsen controleren
Voor mensen met de ziekte van Parkinson is het soms moeilijker om hun impulsen onder controle te houden. Dan is het moeilijk om te stoppen met gedrag dat hoort bij een verslaving. Bijvoorbeeld gokken, zonder rem dingen kopen, eten of seks hebben.
In het kort
- Mensen met de ziekte van Parkinson hebben soms problemen bij het onder controle houden van impulsen. Je doet de dingen die in je opkomen sneller, zonder erover na te denken.
- Dit wordt ook wel een impulscontrolestoornis genoemd. Kort: ICS.
- Hierdoor gaan mensen bijvoorbeeld te veel gokken, winkelen en eten. Of ze willen opeens heel veel seks hebben.
- Problemen met de controle van impulsen komt vaak door de medicijnen die mensen met de ziekte van Parkinson krijgen.
- Het is belangrijk dat jij en je naasten deze problemen herkennen. Zo kan snel een oplossing worden gevonden.
Problemen met het controleren van impulsen
Een impuls is het gevoel of de gedachte dat je iets heel graag wilt doen. Bijvoorbeeld een nieuwe auto kopen. Normaal denk je hier goed over na, en doe je dit alleen als het verstandig en nodig is. Voor mensen met de ziekte van Parkinson is dit moeilijker. Ze hebben hun impulsen minder goed onder controle. Dit heet: een impulscontrolestoornis. Kort: ICS. 14 tot 30 procent van de mensen met de ziekte van Parkinson krijgt dit tijdens de ziekte. Dit is meestal tijdelijk.
Gevolgen van slechte controle van impulsen
Slechter impulsen controleren kan voor grote problemen zorgen. Bijvoorbeeld schulden of problemen in je relatie. Mensen die hun impulsen niet goed onder controle hebben, gaan bijvoorbeeld veel winkelen of spullen kopen. Of ze gokken of gamen heel erg lang achter elkaar. Eetbuien komen ook voor. Sommige mensen zijn opeens heel veel met seks bezig.
Waarom is het moeilijker om impulsen onder controle te houden?
Problemen met het controleren van impulsen komen meestal niet door de ziekte van Parkinson zelf, maar door medicijnen. Vooral door medicijnen die lijken op het stofje dopamine. Wanneer er veel dopamine in de hersenen komt, geeft dit een fijn gevoel. Vooral de medicijnen pramipexol, ropinirol en rotigotine maken de kans op een impulscontrolestoornis groter. Deze medicijnen heten dopamine-agonisten. Maar ook mensen die alleen levodopa gebruiken kunnen problemen krijgen met het controleren van hun impulsen.
Meer kans bij mannen en mensen die op jonge leeftijd ziek worden
Iemand die op een jonge leeftijd de ziekte van Parkinson krijgt, heeft een grotere kans op problemen bij het controleren van impulsen. Ook mannen hebben hier een hoger risico op. Veel mensen schamen zich als ze hun impulsen niet goed onder controle hebben. Dit is niet jouw schuld. Het is belangrijk om over deze problemen te praten met je naasten en zorgverleners. Zo begrijpen ze jou beter en kunnen ze je op tijd helpen, voordat de schade te groot is.
Behandelingen bij problemen met impulsen
Bespreek problemen met het controleren van impulsen altijd met je zorgverleners. Zij weten dat dit bij de ziekte van Parkinson hoort. Je hoeft je niet te schamen. De arts kan je medicijnen aanpassen, zodat je minder last krijgt van deze klachten. Soms helpt therapie door een psycholoog. Dit heet: cognitieve gedragstherapie. Kort: CGT. Er zijn ook medicijnen die kunnen helpen bij problemen met impulsen. Bijvoorbeeld naltrexon, amantadine of een antidepressivum. Je arts weet of dit bij jouw situatie past.
Wat is punding?
Sommige mensen met de ziekte van Parkinson hebben last van punding. Dit lijkt op een impulscontrolestoornis, maar is anders. Bij punding herhaalt iemand dezelfde handeling heel vaak. Terwijl dit niet nuttig is. Voorbeelden zijn het onnodig blijven sorteren van spullen of papieren. Of steeds apparaten uit elkaar halen. Hierdoor kun je veel rommel in huis krijgen. En mensen gaan soms slechter voor zichzelf zorgen. Punding ontstaat vaak bij mensen met parkinsondementie. Hierdoor verliezen mensen het overzicht, wat kan zorgen voor punding.
Verslaving aan dopamine
Sommige mensen gaan steeds meer parkinsonmedicijnen gebruiken, terwijl dit niet is afgesproken met de neuroloog. Dit doen ze omdat ze merken dat de medicijnen na een tijdje uitwerken. Hierdoor komt er te veel dopamine in het lichaam, wat je overbeweeglijk en onrustig maakt. Dit is een soort verslaving aan dopamine. Het is belangrijk om weer de afgesproken hoeveelheid van je medicijnen te nemen. Hierbij is vaak hulp nodig van iemand anders, die in de gaten houdt of je de goede hoeveelheid medicijn neemt.
Artikel met medewerking van:
- prof. dr. Odile van den Heuvel - psychiater en hoogleraar neuropsychiatrie bij Amsterdam UMC en Vrije Universiteit
Experts dragen bij aan betrouwbare informatie op Parkinson.nl.
Lees meer over hoe we als redactie keuzes maken.
Laatst bijgewerkt op: 5 maart 2026