Over onderzoek naar parkinson
Over onderzoek naar parkinson

Ontdekkingen over parkinson tot nu toe

Er is nog veel onduidelijk over parkinson. Onderzoek helpt om deze ziekte beter te begrijpen. Zo kunnen onderzoekers betere behandelingen vinden. In dit artikel lees je wat wetenschappers al hebben ontdekt. 

In het kort: 

  • James Parkinson beschreef de ziekte van Parkinson voor het eerst in 1817.
  • Rond 1960 ontdekten wetenschappers dat het medicijn levodopa helpt bij de ziekte van Parkinson.
  • In de jaren 80 zagen onderzoekers dat stoffen uit de omgeving parkinson kunnen veroorzaken.
  • Vanaf 1990 deden wetenschappers veel onderzoek naar genen bij parkinson.
  • Zij ontdekten een belangrijke rol voor het eiwit alfa-synucleïne. 

Ontdekking door dr. James Parkinson  

Dr. James Parkinson beschreef de ziekte voor het eerst in 1817. Later maakte de arts Jean-Martin Charcot het onderscheid tussen de ziekte van Parkinson en andere ziekten duidelijker. Hij noemde de ziekte naar James Parkinson. Ook werden toen al Lewy-lichaampjes in de hersenen gevonden. Dit zijn ophopingen van misvormde eiwitten. Dit gaf vroege kennis over parkinson. > Lees meer over de ontdekking van de ziekte van Parkinson door James Parkinson 

De ontdekking van levodopa  

Rond 1960 ontdekten onderzoekers dat mensen met de ziekte van Parkinson te weinig dopamine maken. Dopamine is een stofje in de hersenen. Dr. Arvid Carlsson deed hier veel onderzoek naar. In 1967 kregen mensen met de ziekte van Parkinson voor het eerst het medicijn levodopa. Dit medicijn vult het tekort aan dopamine aan. Het helpt tegen de klachten van de ziekte van Parkinson. Levodopa werkt minder goed bij andere parkinsonismen. > Lees meer over levodopa 

Stoffen uit de omgeving  

In 1983 ontdekte Dr. William Langston dat gebruikers van een nieuw soort heroïne klachten van parkinson kregen. Deze soort heroïne bevatte de stof MPTP. MPTP wordt in de hersenen omgezet in een giftige stof. Deze ontdekking was belangrijk. Het liet zien dat stoffen uit de omgeving parkinson kunnen veroorzaken. Onderzoekers gebruiken MPTP nu om proefdieren parkinson te geven. Zo kunnen ze parkinson verder onderzoeken. > Lees meer over onderzoek naar de omgeving 

De rol van genen  

In 1997 vonden onderzoekers een foutje in het voor alfa-synucleïne bij families met parkinson. Genen zijn stukjes die belangrijk zijn voor hoe het lichaam werkt. In genen staat informatie die belangrijk is voor het lichaam om eiwitten te maken. Genen die horen bij het eiwit alfa-synucleïne zijn nu een belangrijk onderwerp voor onderzoek. Dit eiwit klontert samen in de hersenen bij mensen met de ziekte van Parkinson. Ook zijn er foutjes in andere genen gevonden die parkinson kunnen veroorzaken. > Lees meer over onderzoek naar genen 

Toekomst van onderzoek  

Wetenschappers hebben al veel ontdekt over parkinson. Denk aan de werking van medicijnen en het verloop van de ziekte. Toch is er nog veel onduidelijk. Meer onderzoek is nodig om parkinson in de toekomst te remmen, stoppen of te genezen. Onderzoek naar nieuwe medicijnen is ingewikkeld en kost vaak veel tijd. Op Parkinson.nl lees je nieuwsberichten over onderzoek. > Bekijk de nieuwsberichten

Facebook FacebookWhatsApp Whatsapp

Artikel met medewerking van:

  • dr. Anneke Mels - aanvoerder Kennis & Impact bij ParkinsonNederland

Experts dragen bij aan betrouwbare informatie op Parkinson.nl.
Lees meer over hoe we als redactie keuzes maken.

Laatst bijgewerkt op: 29 maart 2026

Lees meer over Over onderzoek naar parkinson

Volgend artikel