Gevallen met de fiets.
Sinds een jaar of drie rijd ik zelf geen auto meer. Weer iets, wat ik los moest laten. Voor bezoekjes aan kinderen, mijn familie uit Limburg, afspraken in het ziekenhuis, vriendinnen die verder weg wonen, ben ik afhankelijk van anderen, vooral mijn man.
Gelukkig is daar mijn fiets. Natuurlijk, een elektrische, wat een uitvinding! Met een mandje voorop en twee flinke fietstassen aan het achterwiel. Er gaat zelden een dag voorbij, dat ik niet even op mijn fiets spring. Nou ja, spring! Zoals alles wat ik doe, doe ik dat rustiger en met meer aandacht dan in het pre-Parkinson tijdperk. Alleen al over het middenstuk van de fiets stappen om de rechtervoet op het rechterpedaal te zetten, vraagt aandacht. Ik moet de voet hoog genoeg optillen. Niet vanzelfsprekend voor mensen met Parkinson. Onze benen zijn geneigd de beweging kleiner te maken. Het is een van de oefeningen aan het begin van de wekelijkse boks-les. Zijwaarts stappen en doen alsof je over een hekje stapt.
Het liefste fiets ik alleen. Dan kan ik mijn volle aandacht op de weg en het verkeer richten. Gezellig samen fietsen en dan ook nog wat kletsen, doe ik liever niet.
Ik woon aan de buitenrand van een dorp. Niet zo druk dus, zou je denken. Vaak is het ook rustig op de weg. Op andere momenten is het druk, vooral in de hoofdstraat. Dat is de doorgaande weg midden door Heeze, waar toevallig ongeveer alle winkels aan liggen die je in Heeze tegenkomt. De supermarkt, huisarts, bloemist, apotheek, fysiotherapiepraktijk, drogist, kapper, opticien, tandarts. Allemaal bestemmingen waar ik op de fiets naar toe kan.
Aan beide kanten van de weg, die overigens niet al te breed is, loopt een fietspad. En er is een trottoir waar ook fietsrekken en reclameborden op staan. Zo hier en daar wordt het verkeer geknepen door paaltjes en de laatste tijd lijkt het wel dat er altijd wel ergens aan de weg wordt gewerkt of gebouwd langs de weg. Met de nodige opstoppingen.
Lang leve het fietspad! Bij tijden is het daar gevaarlijk druk. Ik zie moeders met bakfietsen, mountainbikers, mensen in een rolstoel, op driewielers of tandemfietsen, en jonge mensen op fatbikes, soms met duopassagier en dan ook nog een smartphone voor zich uit houdend om te filmen hoe leuk ze aan het fietsen zijn. Ieder zijn feestje! Het is oppassen geblazen!
En dat doe ik, ik pas goed op, vind ik zelf. Kon ik vroeger nog wel eens snel even oversteken en het net halen. Tegenwoordig neem ik de tijd om rustig af te stappen en te wachten tot ik veilig kan oversteken. Opzij kijken gaat moeilijker en ik heb de neiging om dubbel te zien als ik achteromkijk. Extra attentie geblazen dus.
En toch gaat het mis. Op een rustige maandagmorgen fiets ik rond 11 uur naar onze prachtige nieuwe supermarkt van AH. Met voldoende parkeerplekken. Er is overal aan gedacht, zo lijkt het. Ik vraag me alleen af of ze hebben gedacht aan de fietsers.
Voor de winkel is ruimte aangegeven voor laden en lossen. In de lengte grenzend aan het fietspad. Er staat vandaag een vrachtwagen en ook nog eens een heeeele grote. De chauffeur hangt aan de straatkant uit de deur, want hij wil nog even achteruit inparkeren. Normaal gesproken stap ik af, voor ik met de fiets aan mijn hand over het voetpad langs de winkel naar de plek loop waar ik mijn fiets kan stallen. Op de plek waar ik af wil stappen, voorbij die grote vrachtauto, is nu de aangegeven rijroute voor auto’s. Ik maak een bochtje, te scherp, het kan niet anders. En ja hoor, daar ga ik. Eerst valt mijn fiets, naar rechts, en ik tuimel er gezellig overheen. In een mum van tijd zijn er helpende handen van twee bezorgde vrouwen. Ze helpen me overeind. Of ze iemand voor me kunnen bellen? Ik vraag even tijd om te kijken of ik kan staan. Wat bibberig, want ik ben flink geschrokken, lukt het om

op eigen benen te staan. Nee, ik heb gelukkig niks gebroken, alleen een geschaafde elleboog en knie.
Als ik mijn boodschappen bij elkaar heb, spreek ik een AH-medewerker aan. Ze roept even iemand anders, niet de grote baas, een van de managers. Die begint met zeggen hoe vervelend ze het voor me vindt. Ze haalt een boeket uit een rek en wil me dat geven. ‘Het gaat me niet om de bloemen, iedereen moet zijn werk kunnen doen, ook die chauffeur. Ik wil graag even duidelijk maken dat die situatie zo gevaarlijk is.’ Ze loopt met me mee, want ik wil het graag ter plekke aan haar uitleggen. Ze zal er melding van maken. En ze dringt aan en zo ga ik toch met een fraai bosje bloemen naar huis.
Een week later ben ik er weer. Er is niets veranderd. Ik kijk hoe andere fietsers dat doen. En ik zie ook dat je als fietser of van de rijstrook voor auto’s gebruik moet maken en tussen de geparkeerde auto’s naar de fietsenstalling moet manoeuvreren. Of van het voetpad. Dat sommige mensen dat fietsend doen, maakt ook dat gevaarlijk.
Er is niet echt gedacht aan de fietsers, concludeer ik. Laat staan aan mensen zoals ik, met een beperking.
0 reacties
Wanneer je bent ingelogd kun je alle reacties lezen en zelf reageren.
Bekijk 0 reactiesLog in of maak een account aan.