Een emotioneel gesprek đźšµ

Vanmorgen zaten we samen op de bank. Allebei stil. En allebei met tranen in onze ogen.
Soms zijn er van die momenten waarop de realiteit ineens zonder aankondiging binnenkomt. Niet hard. Niet met ruzie of grote woorden. Maar juist in een rustig gesprek op een gewone zondagochtend.
Gisteravond zat ik nog met mijn werklaptop op schoot naar het voetbal te kijken. Een mailtje beantwoorden. Nog even iets nakijken. Nog even dit. Het bekende verhaal.
Per 1 juli ga ik minder werken. Van 36 naar 24 uur per week. Een besluit waar ik lang over heb nagedacht en waar ik uiteindelijk heel bewust voor heb gekozen. Maar vanmorgen raakten Peter en ik daarover in gesprek.
“Misschien vind je het egoïstisch van me,” zei hij.
Ik keek hem aan.
“Maar ik hoop echt dat je straks ook daadwerkelijk 24 uur gaat werken. En dat het er niet weer insluipt dat je toch meer uren gaat maken.”
Zijn stem brak een beetje.
“Ik merk dat ik de afgelopen tijd best wat achteruit ben gegaan. Vooral het lopen gaat steeds slechter. Ik ben strammer. Wiebeliger op mijn benen. En ik wil zo graag nog leuke dingen met je doen.”
Toen kwamen de tranen. Bij hem. En eerlijk gezegd ook bij mij. Want achter die woorden zat veel meer dan alleen een opmerking over mijn werkuren. Er zat angst in. Tijd. Verlangen. En misschien ook een beetje paniek. Hij ziet hoe druk ik altijd ben. Hoe mijn werk vaak meer ruimte inneemt dan er officieel voor staat. En hij was oprecht blij toen ik besloot minder te gaan werken.
“Ik zou zo graag nog eens twee maanden met jou weggaan,” zei hij.
“Gewoon de auto pakken. Richting Frankrijk of Italië.”
Toen werd het echt stil. Frankrijk, Italië: De landen waar hij vroeger zoveel fietste. Waar hij als wielrenliefhebber ontelbaar veel kilometers maakte. Waar zoveel herinneringen liggen: De Stelvio, de col d'Izoard, de col Galibier......
Ik zag de tranen in zijn ogen verder opkomen. En ineens voelde die opmerking over parttime werken helemaal niet meer als een gesprek over uren, contracten of pensioen. Ineens ging het over iets anders. Over tijd. Over mogelijkheden. Over dingen die we nog willen doen zolang ze nog kunnen. We zaten een tijdje stil naast elkaar. Keken elkaar aan.
“Kloten”. Dat was eigenlijk het enige woord dat in me opkwam. Want Parkinson heeft de vervelende eigenschap om af en toe onverwacht je toekomstplannen binnen te wandelen. Niet omdat er vandaag iets misgaat. Maar omdat je ineens beseft dat dingen niet vanzelfsprekend zijn.
Na een tijdje verbrak ik de stilte: “Laten we 1 juli gewoon even afwachten.”
Hij knikte.
“Laten we kijken hoe het gaat.”
Want dat is uiteindelijk het enige wat we kunnen doen. Stap voor stap. Kijken wat die extra tijd gaat brengen. Leren begrenzen. Wat vaker nee zeggen. Niet proberen om 36 uur werk in 24 uur te proppen. En vooral voorkomen dat die laptop ’s avonds weer standaard op mijn schoot belandt. Want misschien heeft Peter wel gelijk. Misschien gaat het niet om minder werken. Misschien gaat het om meer leven. En misschien moeten we die rit naar Frankrijk inderdaad gewoon eens gaan maken. Voordat het een plan blijft voor later.
Want 'later' is een verraderlijk woord. Dat hebben we inmiddels wel geleerd.
2 reacties
Wanneer je bent ingelogd kun je alle reacties lezen en zelf reageren.
Bekijk 2 reactiesLog in of maak een account aan.