Wat is acetylcholine?
Bij de ziekte van Parkinson zijn er veranderingen in stofjes in de hersenen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de stofjes dopamine en acetylcholine. Waarom is acetylcholine belangrijk bij de ziekte van Parkinson?
In het kort
- Acetylcholine is een stofje dat de hersenen gebruiken om signalen door te geven.
- Dit stofje is belangrijk voor het geheugen, de aandacht, alert zijn en om goed te kunnen denken.
- In de latere fase van de ziekte van Parkinson is er te weinig acetylcholine in de hersenen. Hierdoor ontstaan problemen met de aandacht en het geheugen.
- De kans op hallucinaties wordt groter in de latere fase.
- Er zijn medicijnen die de hoeveelheid acetylcholine regelen in verschillende fasen van de ziekte van Parkinson.
Wat is acetylcholine?
Acetylcholine is een stofje dat de hersenen gebruiken om informatie door te geven van de ene zenuwcel naar de volgende zenuwcel. Zo’n stofje heet ook wel: een neurotransmitter. Acetylcholine is belangrijk voor het geheugen en goed kunnen denken. Een voorbeeld van een andere neurotransmitter is dopamine. > Lees meer over wat dopamine is
Te weinig acetylcholine in de late fase van de ziekte van Parkinson
Wanneer de ziekte van Parkinson langer duurt, verdwijnen de zenuwcellen die acetylcholine maken. Dan is er te weinig acetylcholine. Te weinig acetylcholine kan psychische klachten geven. Deze klachten ontstaan vaak pas in de latere fase van de ziekte van Parkinson.
Psychische klachten door problemen met acetylcholine
Mensen die al langere tijd de ziekte van Parkinson hebben, kunnen problemen krijgen met het denken, de aandacht en het geheugen. Deze klachten komen doordat er te weinig acetylcholine is in de hersenen. Te weinig acetylcholine kan ook hallucinaties geven. Hierom is het belangrijk om bij deze klachten geen medicijnen te gebruiken die ervoor zorgen dat je nog minder acetylcholine hebt in de hersenen. > Lees meer over klachten bij denken en geheugen
Medicijnen voor minder acetylcholine in vroege fase
Er zijn medicijnen die helpen tegen de problemen met acetylcholine bij de ziekte van Parkinson. Je krijgt deze medicijnen vooral tegen het trillen. Medicijnen die acetylcholine remmen heten: anticholinergica. Ze zorgen ervoor dat het evenwicht tussen dopamine en acetylcholine weer beter wordt. Deze medicijnen worden vooral in de vroege fase van de ziekte van Parkinson gegeven. In de latere fase kunnen deze medicijnen juist problemen geven. Ze maken het denken bijvoorbeeld moeilijker.
Medicijnen voor meer acetylcholine in late fase
Er zijn ook medicijnen die de hoeveelheid acetylcholine juist verhogen. Zoals het medicijn rivastigmine. Dit medicijn wordt bijvoorbeeld gebruikt bij beginnende parkinsondementie. Het kan hallucinaties en wanen verminderen. Medicijnen die de hoeveelheid acetylcholine verhogen worden vooral in de latere fase van de ziekte van Parkinson gegeven. Je krijgt ze alleen als de arts ziet dat je problemen hebt met het denken.
Artikel met medewerking van:
- prof. dr. Odile van den Heuvel - psychiater en hoogleraar neuropsychiatrie bij Amsterdam UMC en Vrije Universiteit
Experts dragen bij aan betrouwbare informatie op Parkinson.nl.
Lees meer over hoe we als redactie keuzes maken.
Laatst bijgewerkt op: 24 maart 2026