Verschillende fasen van de ziekte van Parkinson
Problemen met bewegen door de ziekte van Parkinson heeft 5 fasen. Deze klachten worden langzaam erger. Hoe een ziekte zich ontwikkelt heet: het verloop van een ziekte.
In het kort
- De ziekte van Parkinson heeft 5 fasen.
- In fase 1 zijn er klachten aan 1 kant van het lichaam.
- In fase 2 zijn er klachten aan beide kanten van het lichaam.
- In fase 3 krijgt iemand problemen met het evenwicht.
- In fase 4 werken medicijnen minder goed en heeft iemand meer hulp nodig.
- In fase 5 heeft iemand veel hulp nodig. Je kunt niet lopen of staan zonder hulp.
De ziekte van Parkinson gaat bij iedereen anders
De klachten van de ziekte van Parkinson zijn voor iedereen anders. Het verloop is ook voor iedereen anders. Bij de ene persoon worden de klachten sneller erger dan bij iemand anders. Meestal verloopt de ziekte langzaam. Vaak duurt het 10 tot 25 jaar voordat de ziekte heel ernstig is. Maar dit kan per persoon heel verschillend zijn.
5 fasen van problemen met bewegen
Problemen met bewegen door de ziekte van Parkinson kunnen verdeeld worden in 5 verschillende fasen. Andere klachten van de ziekte van Parkinson horen niet bij deze 5 fasen. Bijvoorbeeld problemen met denken, stemming, slapen, plassen en de darmen.
Fase 1: Klachten aan 1 kant van het lichaam
Meestal beginnen klachten van de ziekte van Parkinson aan 1 kant van het lichaam. Dit zijn vaak problemen met bewegen. Bewegen gaat langzamer, de spieren voelen stijf of de hand trilt aan 1 kant van het lichaam. Deze klachten zijn vervelend, maar nog niet heel ernstig. Dagelijkse activiteiten lukken meestal nog in deze fase.
Fase 2: Klachten aan beide kanten van het lichaam
In fase 2 krijgt iemand last van klachten aan beide kanten van het lichaam. Dit maakt dagelijkse activiteiten moeilijker. Vaak moet je je hiervoor extra concentreren. Soms wordt je stem zachter. Hierdoor is praten moeilijker. Andere mensen verstaan je minder goed. Ook kun je problemen krijgen met slikken. Of het wordt moeilijk om emoties te laten zien op je gezicht. Meestal kan iemand in deze fase nog wel voor zichzelf zorgen.
Fase 3: Problemen met het evenwicht
In fase 3 worden de klachten die je al had erger. Vaak wordt het moeilijk om je evenwicht te houden. Hierdoor vallen mensen in deze fase vaker. Hulpmiddelen kunnen hierbij helpen. Bijvoorbeeld een wandelstok of rollator. Meestal kunnen mensen in deze fase nog voor zichzelf zorgen. Dagelijkse activiteiten worden wel lastiger.
Fase 4: Meer hulp nodig bij dagelijkse activiteiten
In fase 4 heb je meer hulp nodig bij het doen van de dagelijkse dingen. Ook worden hulpmiddelen nog belangrijker om te bewegen zonder te vallen. Zoals een wandelstok of rollator. Soms hebben mensen hulp nodig bij het aankleden en wassen. Het lukt vaak niet meer om alleen te wonen.
Fase 5: Hulp nodig bij lopen en staan
In fase 5 is het heel moeilijk om te staan of lopen. Dit lukt alleen nog met hulp. Mensen hebben veel last van problemen met het evenwicht en trillen. Hierdoor blijven mensen een groot deel van de tijd in een stoel of rolstoel zitten. Of ze liggen veel in bed. In fase 5 heeft iemand veel hulp nodig van anderen bij de dagelijkse activiteiten. Soms is het nodig om te verhuizen naar een verpleeghuis.
Artsen gebruiken fasen bij de ziekte van Parkinson anders
De 5 fasen waar in dit artikel over wordt geschreven worden vooral gebruikt in onderzoek naar de ziekte van Parkinson. Ze gaan alleen over problemen met bewegen en niet over andere klachten van de ziekte van Parkinson. Het begin van de ziekte wordt door artsen ook wel de vroege fase genoemd. Hierna komt de middenfase. Het laatste deel van de ziekte wordt de late fase genoemd. Ook in deze fasen kunnen de klachten per persoon veel verschillen.
Artikel met medewerking van:
- dr. Anne van der Plas - neuroloog bij Alrijne Ziekenhuis
- dr. D.S. (Dareia) Roos - neuroloog bij Amsterdam UMC
Experts dragen bij aan betrouwbare informatie op Parkinson.nl.
Lees meer over hoe we als redactie keuzes maken.
Laatst bijgewerkt op: 31 maart 2026