WPC 2026, dag 4: alternatieve therapieën, hersenonderzoek en samen sterk staan


In een nieuwe studie hebben onderzoekers van het Alzheimercentrum Amsterdam een biomarker gevonden die het makkelijker kan maken om Lewy body dementie te herkennen. Deze biomarker is een stofje dat in het hersenvocht van mensen met Lewy body dementie zit. Het is belangrijk om Lewy body dementie beter te herkennen, omdat de ziekte veel lijkt op de ziekte van Alzheimer en ziekte van Parkinson. Hierdoor krijgen mensen met Lewy body dementie soms pas laat de juiste diagnose.
Door: redactie Parkinson.nl
Na de ziekte van Alzheimer is Lewy body dementie de vorm van dementie die de meeste mensen hebben. De ziekte komt dus vaak voor, maar toch is het moeilijk voor artsen om de juiste diagnose te stellen. De klachten van Lewy body dementie lijken op die van de ziekte van Alzheimer en de ziekte van Parkinson. Welke diagnose iemand krijgt, is belangrijk voor de behandeling. Daarom is het nodig om zo snel mogelijk de juiste diagnose te hebben.
Biomarkers zijn stofjes in het lichaam die iets zeggen over je gezondheid. Deze stofjes worden gemeten in bijvoorbeeld het bloed of het hersenvocht. Hoeveel er van een stofje in het bloed of hersenvocht zit, kan bijvoorbeeld iets zeggen over welke ziekte iemand heeft. Eerder onderzoek liet al zien dat het stofje DOPA-decarboxylase misschien een goede biomarker was voor Lewy body dementie. Kort heet dit stofje: DDC. Maar het was nog niet mogelijk om dit stofje precies genoeg te meten.
De onderzoekers uit Amsterdam hebben 2 nieuwe testen gemaakt waarmee ze DDC precies kunnen meten in het bloed en het hersenvocht. Ze zagen dat de metingen van DDC in het hersenvocht voor de beste resultaten zorgden. Om te weten te komen of DDC een goede biomarker is voor de Lewy body dementie, onderzochten ze het hersenvocht van 3 groepen mensen:
Mensen met Lewy body dementie
Gezonde mensen
Mensen met de ziekte van Alzheimer
Ze zagen dat er duidelijk meer DDC zat in het hersenvocht van mensen met Lewy body dementie dan in het hersenvocht van gezonde mensen en van mensen met de ziekte van Alzheimer.
De onderzoekers hadden ook nog andere belangrijke resultaten. De onderzoekers zagen bijvoorbeeld een verband tussen meer DDC en klachten met bewegen en hallucinaties. Bij mensen die waren overleden zagen de onderzoekers DDC in de hersenen op dezelfde plek als waar de Lewy-lichaampjes zitten. Lewy-lichaampjes zijn opstapelingen van het eiwit alfa-synucleïne die horen bij Lewy body dementie. Dat DDC op dezelfde plek zit als de Lewy-lichaampjes, laat volgens de onderzoekers zien dat het stofje DDC waarschijnlijk belangrijk is voor hoe de ziekte werkt.
De onderzoekers hopen dat artsen in de toekomst sneller en beter de diagnose Lewy body dementie kunnen stellen met de biomarker DDC. Bij mensen met klachten die lijken op Lewy body dementie zouden ze dan kunnen meten hoeveel er van dit stofje zit in het hersenvocht. Dit kan nu nog niet. Hiervoor moet deze resultaten eerst door andere, onafhankelijke onderzoekers worden bevestigd.
De klachten van Lewy body dementie kunnen veel lijken op die van de ziekte van Alzheimer of de ziekte van Parkinson. Hierdoor kan het moeilijk zijn om snel de juiste diagnose te stellen.
Onderzoekers proberen een biomarker te vinden die laat zien of iemand Lewy body dementie heeft, of een andere ziekte.
Het was bekend dat het stofje DDC misschien een goede biomarker is voor Lewy body dementie. Onderzoekers uit Amsterdam hebben een nieuwe test gevonden waarmee DDC precies genoeg gemeten kan worden.
Ze zagen dat mensen met Lewy body dementie meer DDC hebben in hun hersenvocht. Met de nieuwe test zagen ze een duidelijk verschil tussen mensen met Lewy body dementie, mensen met de ziekte van Alzheimer en gezonde mensen.
In de toekomst kunnen artsen deze test misschien gebruiken om sneller de diagnose Lewy body dementie te stellen. Dit kan nu nog niet. Andere onderzoekers moeten de resultaten eerst bevestigen.
Bolseweig K, Bellomo G, Hok-A-Hin YS, et al. A quantitative DOPA decarboxylase biomarker for diagnosis in Lewy body disorders. Nat Med. 2026 Mar;32(3):1073-1084.



