Kan bewegen ervoor zorgen dat iemand niet de ziekte van Parkinson krijgt?


Bij de ziekte van Parkinson verdwijnen de hersencellen die het stofje dopamine maken. Door de werking van een ander stofje te verhogen, probeert het lichaam de hersenen te helpen om dopamine te blijven maken. Dit stofje heet: AADC. Met het meten van AADC kan de ziekte al in een vroege fase worden opgespoord in het bloed. Onderzoekers in het Radboudumc Expertisecentrum voor Parkinson & Bewegingsstoornissen in Nijmegen hebben dat ontdekt.
Door: neuroloog en onderzoeker Milan Beckers en de redactie
Het stofje AADC maakt dopamine van levodopa. De afkorting AADC staat voor: aromatisch-L-aminozuurdecarboxylase. AADC is het stofje dat in het bloed geremd wordt door de medicijnen carbidopa en benserazide. Carbidopa en benserazide zijn de stoffen die samen in hetzelfde medicijn zitten als levodopa. Hierdoor kan levodopa in de hersenen komen voordat het door het lichaam wordt opgeruimd. In de hersenen wordt het stofje AADC niet geremd door carbidopa en benserazide. Dat is belangrijk, want daar moet levodopa juist in dopamine worden omgezet. Niet alleen de levodopa die mensen met de ziekte van Parkinson binnenkrijgen via tabletten of capsules, maar ook de levodopa die het lichaam zelf maakt.
Doordat de hersencellen die dopamine maken langzaam verdwijnen, is er bij de ziekte van Parkinson minder dopamine in de hersenen. Hierdoor ontstaan de klachten van de ziekte van Parkinson. Zoals stijfheid en traag bewegen. Het lichaam probeert dit tekort aan dopamine tegen te gaan. 1 van de manieren waarop het lichaam dit waarschijnlijk doet, is door de werking van het stofje AADC te verhogen. Zo wordt er meer levodopa omgezet in dopamine, en is er meer dopamine in de hersenen. Hiermee begint het lichaam al in een vroege fase van de ziekte van Parkinson. Zelfs al voordat er problemen met bewegen zijn. In deze fase kunnen er wel al andere klachten zijn, zoals RBD en minder goed ruiken. RBD staat voor: REM-slaap stoornis.
Onderzoekers van het Radboudumc hebben samen met onderzoekers uit Luxemburg bij ongeveer 750 mensen de werking van het stofje AADC getest in het bloed. Dit waren:
De onderzoekers zagen dat de werking van AADC hoger is bij mensen met de ziekte van Parkinson dan in de controlegroep. Niet alleen bij mensen die al bewegingsklachten hadden, maar ook bij mensen met prodromale ziekte van Parkinson. Het bloedonderzoek kan dus helpen om te bepalen of iemand de ziekte van Parkinson heeft. Of een voorstadium van de ziekte van Parkinson.
Het bloedonderzoek is niet helemaal betrouwbaar voor het stellen van de diagnose ziekte van Parkinson. Wel kan dit bloedonderzoek helpen om meer duidelijkheid te krijgen over de diagnose wanneer het samen wordt gedaan met andere onderzoeken. Bijvoorbeeld lichamelijk onderzoek of onderzoek van het hersenvocht. De beste manier om deze nieuwe test te gebruiken moet nog verder onderzocht worden.
De onderzoekers ontdekten ook dat AADC harder ging werken bij mensen die een medicijn met levodopa gebruikten. Soms werkte AADC zo hard, dat carbidopa of benserazide hun werk minder goed konden doen. Dit is misschien een reden dat parkinsonmedicijnen bij sommige mensen minder goed werken dan verwacht. Het Radboudumc doet op dit moment onderzoek naar een behandeling bij mensen met hoog AADC. > Lees meer over het lopende onderzoek RESIST-PD
Beckers M, Kersten I, Pavelka L et al. Serum aromatic L-amino acid decarboxylase activity as a biomarker for prodromal and manifest Parkinson's disease. eBioMedicine. 2026 Jul 9;130.



