Nieuws

Alfa-synucleïne in speeksel als aanwijzing voor de ziekte van Parkinson

  • Gepubliceerd op: 25 maart 2026
  • Categorie: Nieuws over onderzoek

 

Alfa-synucleïne is een eiwit. De ophopingen van dit eiwit in de hersenen zijn een kenmerk van de ziekte van Parkinson. Alfa-synucleïne komt ook in speeksel voor. Dat komt doordat zenuwcellen kleine blaasjes kunnen afgeven die via het lichaam worden verspreid. Een recente studie onderzocht of een bepaalde vorm van alfa-synucleïne gebruikt kan worden om de ziekte van Parkinson vast te stellen.  

Door: werkgroep wetenschapsnieuws

Alfa-synucleïne 

Alfa-synucleïne is een eiwit dat belangrijk is voor het goed functioneren van zenuwcellen. Het kan echter ook schadelijke vormen aannemen wanneer alfa-synucleïne moleculen zich verkeerd opvouwen en aan elkaar plakken. Dat samenklonteren kan op verschillende manieren gebeuren. Bekend zijn de Lewy-lichaampjes. Die bevatten een groot aantal alfa-synucleïne moleculen en zijn een kenmerk van de ziekte van Parkinson. Andere vormen spelen ook een rol. Wanneer een klein aantal alfa-synucleïne moleculen (ongeveer 2 tot 20) aan elkaar plakken, noemt men dat oligomeren. Men vermoedt dat deze oligomeren het meest schadelijk zijn. Daarom kijken onderzoekers vaak juist naar deze vorm van alfa-synucleïne. 

Blaasjes 

Blaasjes zijn microscopisch kleine pakketjes die cellen maken om stoffen te vervoeren. Cellen die door de ziekte van Parkinson zijn aangetast kunnen schadelijk alfa-synucleïne afgeven in kleine blaasjes. Men denkt dat deze blaasjes een aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van de ziekte. Ze verspreiden zich via verschillende routes en zijn onder andere onderzocht in bloed en ruggenmergvocht. Ze zitten ook in speeksel, wat eenvoudiger te onderzoeken is. Een probleem daarbij is dat speeksel ook alfa-synucleïne bevat uit andere bronnen, zoals cellen uit de speekselklieren. Daarom hebben de onderzoekers gekeken naar de inhoud van de blaasjes. Dat kan een betere aanwijzing geven voor de aanwezigheid van de ziekte. 

Het onderzoek 

Het onderzoek betrof 63 mensen met ziekte van Parkinson en 37 gezonde proefpersonen. Van al deze personen werd speeksel afgenomen. Bij de personen met ziekte van Parkinson werd gevraagd naar de ziektegeschiedenis en de klachten. De speekselmonsters werden geanalyseerd met een speciale techniek waarbij met een ultracentrifuge de blaasjes uit het speeksel werden gescheiden. Die methode maakte het mogelijk om voor ieder monster de totale hoeveelheid alfa-synucleïne en de hoeveelheid oligomere alfa-synucleïne in blaasjes te bepalen.  

Resultaten  

Zowel de totale hoeveelheid alfa-synucleïne als de hoeveelheid oligomere alfa-synucleïne in de blaasjes was hoger bij mensen met de ziekte van Parkinson dan bij de gezonde proefpersonen. Bij oligomere alfa-synucleïne was het verband met de ziekte het sterkst.  

De onderzoekers gingen ook na of er een verband was tussen de gevonden hoeveelheden alfa-synucelïne en de ernst van de ziekte. Zo’n verband vonden ze niet als ze naar de totale hoeveelheid alfa-synucleïne keken. Ze vonden wel dat mensen met een grotere hoeveelheid oligomere alfa-synucleïne gemiddeld meer problemen hadden met het denken en het geheugen.  

De patiënten die deelnamen aan het onderzoek werden nog een jaar gevolgd. Maar dat leverde niet veel op omdat zowel de klachten als de gemeten hoeveelheden alfa-synucleïne in één jaar meestal weinig veranderen. De onderzoekers stellen daarom voor om mensen in vervolgonderzoek langer te volgen. 

Conclusie  

Speeksel bevat het eiwit alfa-synucleïne in verschillende vormen. Een van die vormen blijkt inderdaad een aanwijzing te zijn voor de ziekte van Parkinson. Met een speciale techniek kan de hoeveelheid van die bepaalde vorm bepaald worden. Dit werd onderzocht bij mensen met en zonder de ziekte van Parkinson. De gemeten hoeveelheid alfa-synucleïne was groter bij mensen met de ziekte van Parkinson.  

Dit suggereert dat de methode gebruikt kan worden om te bepalen of iemand ziekte van Parkinson heeft. Het gaat echter nog om onderzoek en de methode wordt nog niet in de gewone zorg gebruikt. In de toekomst kan het misschien een alternatief worden voor onderzoek van ruggenmergvocht. Voordat het zover is,is er nog wel meer onderzoek nodig.  

Samenvatting: 

  • Het eiwit alfa-synucleïne is belangrijk bij de ziekte van Parkinson. Opstapeling van dit eiwit maakt de hersenen ziek.
  • Onderzoekers wilden weten of ze dit eiwit op een makkelijke manier kunnen meten, om zo sneller te kunnen zeggen of iemand de ziekte van Parkinson heeft.
  • Hiervoor onderzochten ze het speeksel van gezonde mensen en mensen met de ziekte van Parkinson. Ze keken naar 2 verschillende vormen van alfa-synucleïne in het speeksel.
  • 1 van de vormen van alfa-synucleïne liet een sterke link zien met de ziekte van Parkinson. Deze vorm heet: oligomere alfa-synucleïne.
  • Meten van oligomere alfa-synucleïne in het speeksel kan in de toekomst misschien gebruikt worden als makkelijke manier om te bepalen of iemand de ziekte van Parkinson heeft.  

Besproken publicatie 

Gurgone A, Cardinale V, Tangari MM, et al. Clinical validation of α-synuclein in salivary extracellular vesicles as a biomarker for parkinson's disease: a longitudinal study. Eur J Neurol. 2026 Feb;33(2)e70508. 

Facebook FacebookWhatsApp Whatsapp