Niet iets, maar niets 🎂

Een paar weken geleden ging de telefoon. De huisarts. “Bij het bevolkingsonderzoek borstkanker hebben ze iets gezien. Je moet naar het ziekenhuis voor verder onderzoek.”
Iets.
Zo’n klein woordje. En ineens staat je wereld op zijn kop. Want natuurlijk weet je op dat moment helemaal niets. Er kan iets zijn. Het kan ook niets zijn. Maar probeer dat stemmetje in je hoofd maar eens het zwijgen op te leggen. Dat lukt dus niet. Wat als…?
Wat als het wél iets is? Wat staat me dan te wachten? En misschien nog wel het meest confronterende: hoe moet het dan met Peter? Hoe kan ik er voor hem zijn als ik zelf ziek zou worden?
Binnen een paar minuten had mijn hoofd ongeveer ieder denkbaar toekomstscenario al doorlopen. Geen daarvan was erg gezellig.
Niet veel later zat ik in het ziekenhuis. Opnieuw een mammografie. Daarna een echo. Kijken. Nog eens kijken. “Helaas mevrouw, we kunnen het niet goed genoeg zien. Er zit iets, maar we kunnen niet goed beoordelen wat het is. Er moet eerst een MRI worden gemaakt.”
Na een gesprek met de arts stond ik weer buiten. De uitnodiging voor de MRI zou vanzelf in mijn mailbox verschijnen. En dus begon weer het wachten.
Wachten is op zulke momenten een merkwaardig fenomeen. De wereld om je heen draait gewoon door. Mensen werken, doen boodschappen, maken afspraken en praten over het weer. Zelf bevind je je ondertussen een beetje in niemandsland. Je weet niets, maar juist daardoor is alles mogelijk.
En alsof het allemaal nog niet genoeg was, kampte Peter in diezelfde periode met een venijnige ischias. Hij had veel pijn en kon nauwelijks iets. Juist op het moment dat ik hem misschien wat harder nodig had, had hij zelf alle energie nodig om de dagen door te komen.
We hadden het moeilijk samen. Niet eens voortdurend met grote gesprekken of dramatische woorden. Het zat juist in die onzekerheid die steeds aanwezig was. In een blik. In even niets zeggen. In allebei weten waar de ander aan dacht.
Uiteindelijk kwam de dag van de MRI. Samen weer naar het ziekenhuis. Spannend. Onderzoek gedaan. En daarna opnieuw wachten.
Tot ik op een werkdag op kantoor het verlossende bericht kreeg. Laat ik nou op die dag gebak bij me hebben, omdat ik ondertussen ook nog jarig was geweest.
En toen kwam het:
Niets aan de hand.
Hè? Echt? Wow.
Ik geloof dat zoiets even moet landen voordat je het werkelijk begrijpt. Al die gedachten, al die scenario’s, al die spanning van de afgelopen weken, en ineens mogen ze de prullenbak in.
Niets aan de hand. Nou, als dát geen reden is om gebak te eten, dan weet ik het ook niet meer.
Wat zo’n periode wel met je doet, is dat alles ineens weer in een ander perspectief komt te staan. We leven al een tijdje met Parkinson in ons leven. We weten inmiddels dat plannen soms aangepast moeten worden. Dat gezondheid niet vanzelfsprekend is. Dat je niet alles in de hand hebt.
Maar ongemerkt bouw je toch weer aan een aangepaste toekomst. Je maakt korte termijn plannen. Je boekt een vakantie.
En dan is er één telefoontje. Eén klein woordje: iets. En ineens realiseer je je hoe kwetsbaar al die zorgvuldig bedachte korte termijn scenario’s eigenlijk zijn. Misschien is dat wel wat ik uit deze zenuwslopende weken meeneem. Dat het leven dat er nu is, ontzettend kostbaar is.
Dus gaan we weer verder. Met Parkinson. Met goede dagen en minder goede dagen. Met dokters, medicijnen, pijntjes, plannen en alles wat er verder op ons pad komt.
Maar vooral samen.
En die droomvakantie die we voor dit jaar hebben gepland? Die gaan we beleven. Misschien zelfs wel een beetje intenser dan we een paar weken geleden hadden gedacht.
3 reacties
Wanneer je bent ingelogd kun je alle reacties lezen en zelf reageren.
Bekijk 3 reactiesLog in of maak een account aan.